Alle tennistermen op een rij

Tennis is een prachtige sport met een rijke geschiedenis, snelle acties en een unieke sfeer. Maar wie voor het eerst naar een wedstrijd kijkt of zelf de baan op stapt, komt al snel in aanraking met termen als ACE, DEUCE, TIEBREAK of BREAKPOINT. Voor beginners kunnen die woorden verwarrend zijn, terwijl ze juist helpen om het spel beter te begrijpen en nog meer van het kijken of spelen te genieten.

Alle tennistermen op een rij

In deze lijst vind je een overzicht van veelgebruikte tennistermen, van eenvoudige spelregels tot specifieke slagen en toernooi-informatie. Of je nu een beginnende speler bent, een fan die meer wil weten, of gewoon benieuwd bent naar de betekenis van tennisjargon. Deze woordenlijst helpt je om wegwijs te worden in de wereld van het tennis. Wij blijven proberen deze lijst geregeld aan te vullen, heb je een nieuwe term die je mist… laat het ons weten.

A – VAN ACES TOT DE ATP

ACE
Een opslag die direct een punt oplevert, omdat de tegenstander de bal niet weet te raken.

ADVANTAGE (VOORDEEL)
Situatie waarin een speler één punt voorstaat na een DEUCE en nog één punt nodig heeft om de GAME te winnen.

ALL (GELIJK)
Aanduiding van een gelijke stand, zoals 15-15 of 30-30. Bij 40-40 wordt het DEUCE genoemd.

ALLEY
De strook tussen de zijlijnen van het enkel- en dubbelspel. Ook wel bekend als de TRAMRAILS.

ALTERNATE (INVALLER)
Een speler of team dat het hoofdtoernooi binnentreedt als vervanger van een uitgevallen deelnemer.

AMERIKAANTJE
Een spelvorm waarbij aan de ene kant van het veld twee spelers staan en aan de andere kant één speler.

ATP
Afkorting van ASSOCIATION OF TENNIS PROFESSIONALS, de internationale organisatie voor professioneel mannentennis.

B – BACKHANDS EN SERVICE BREAKS

BACKHAND
Een slag waarbij de rug van de speelhand naar het net is gericht.

BAGEL
Het winnen of verliezen van een set met een score van 6–0.

BALLENJONGEN / BALLENMEISJE
Jonge helpers die verantwoordelijk zijn voor het oprapen, aangeven en vangen van tennisballen tijdens een wedstrijd.

BASELINE (ACHTERLIJN)
De achterste grenslijn van het tennisveld.

BEST OF FIVE
Een wedstrijd die uit maximaal vijf sets bestaat; de speler die als eerste drie sets wint, is de winnaar.

BEST OF THREE
Een wedstrijd die uit maximaal drie sets bestaat; de speler die als eerste twee sets wint, wint de partij.

BREAK
Het winnen van een GAME waarin de tegenstander serveert.

BREAKPUNT
Een punt waarop een speler het opslagspel van de tegenstander kan winnen.

BYE
Een vrijstelling van (meestal) de eerste ronde, waardoor een speler zonder te spelen doorgaat naar de volgende ronde.

C – COMPUTERSYSTEMEN EN HET CENTRE COURT

CENTRE COURT
De belangrijkste tennisbaan van een tennispark, waar de belangrijkste of laatste wedstrijden van een toernooi worden gespeeld.

CYCLOPS
Een (ouder) computersysteem dat automatisch aangeeft of een opslag in of uit is. Vaak vervangen door HAWK-EYE.

D – DEUCE, DROPSHOTS EN HET DUBBELSPEL

DEUCE (GELIJK)
Situatie in een game waarin de stand 40-40 is. De speler die vervolgens een punt wint, krijgt “ADVANTAGE”. Nog een punt winst beslist de game in diens voordeel.

DRIVEVOLLEY
Een volley die wordt geslagen als een reguliere FOREHAND of BACKHAND, maar dan voordat de bal de grond raakt.

DROPSHOT
Een slag waarbij de bal zacht en kort over het net wordt gespeeld, zodat deze snel stuit en nauwelijks opstuit.

DROPVOLLEY
Een zachte volley waarbij de bal vlak achter het net op de grond valt en amper opstuit.

DUBBELE BAGEL
Twee sets winnen of verliezen met 6-0, dus 6-0 en 6-0.

DUBBELE FOUT (DUBBELFOUT)
Wanneer zowel de eerste als tweede opslag fout geslagen zijn, waardoor de tegenstander het punt krijgt.

DUBBELSPEL
Een wedstrijdvorm met twee spelers per team.

DUBBELSPELVELD
Het speelveld dat inclusief de buitenste TRAMRAILS wordt gebruikt bij DUBBELspel.

E – ENKELSPEL EN EXHIBITIONS

ENKELSPEL
Een wedstrijdvorm waarbij één speler tegenover één andere speler staat.

ENKELSPELVELD
Het speelveld tussen de basislijnen en de binnenste zijlijnen.

EXHIBITION (DEMONSTRATIE)
Een wedstrijd of toernooi zonder invloed op de ATP- of WTA-ranglijst, meestal ter vermaak of voor een goed doel.

F – FOREHAND TOT FAULTS

FOREHAND
Een slag waarbij de handpalm naar voren wijst bij het raken van de bal.

FOUT (FAULT)
Een mislukte opslag. Bij twee fouten achter elkaar verliest de server het punt.

G – GAMES EN GRAVEL OF GRAND SLAMS

GAME
Een onderdeel van een set dat minimaal vier punten vereist: 15, 30, 40 en GAME. Bij gelijkspel (40-40) volgt DEUCE.

GAME POINT
Een punt waarmee een speler de GAME kan winnen.

GEMENGD DUBBELSPEL
Een DUBBELwedstrijd waarin elk team bestaat uit een man en een vrouw.

GOLDEN SET
Een set winnen zonder ook maar één punt te verliezen (24 punten op rij).

GRAND SLAM
Het winnen van de vier GRANDSLAMTOERNOOIEN binnen één kalenderjaar.

GRANDSLAMTOERNOOI
Een van de vier belangrijkste toernooien: AUSTRALIAN OPEN, ROLAND GARROS, WIMBLEDON en US OPEN.

GRANDSLAM TENNIS
Ons eigen tennismerk met leuke truien, hoodies en broeken. Ook voor teams en verenigingen.

GRAS
Een ondergrondtype gemaakt van natuurlijk gras.

GRAVEL
Een ondergrondtype van gemalen baksteen, meestal rood van kleur.

GROUNDSTROKE
Een diepe slag vanaf de BASELINE, meestal een FOREHAND of BACKHAND.

H – HARDCOURTS EN HAWK-EYE

HALFVOLLEY
Een bal die direct na de stuit wordt geslagen, zonder volledige opstuit.

HARDCOURT
Een harde ondergrond van beton of asfalt met een speciale coating.

HAWK-EYE
Een geavanceerd camerasysteem dat nauwkeurig bepaalt of een bal in of uit is.

K – KWALIFICATIE

KWALIFICATIETOERNOOI
Een voorronde waarin spelers strijden om een plek in het hoofdtoernooi.

L – LET TOT LUCKY LOSER

LET
Oproep wanneer een punt wordt overgespeeld, bijvoorbeeld na een NETSERVICE.

LOB
Een hoge bal over een tegenstander heen, vaak als deze aan het net staat.

LOVE
Term voor nul punten in de score.

LOVE GAME
Een GAME waarin de tegenstander geen enkel punt maakt.

LUCKY LOSER
Een speler die in de KWALIFICATIE is uitgeschakeld, maar toch mag meedoen na terugtrekking van een andere speler.

M – MATCHPOINT EN

MATCHPOINT
Een punt dat je de winst oplevert mits je dit punt benut.

MATCH-TIEBREAK
Een beslissend spel (vaak tot 10 punten) in plaats van een volledige derde set.

MIDDENMERK
Het kleine streepje in het midden van de BASELINE.

N – VAN NET TOT NEXT-GEN

NET
Het net dat het veld in twee helften verdeelt.

NETBAND
De witte band aan de bovenkant van het net.

NETPAAL
De paal die het net aan de zijkanten ophoudt.

NETPUNT
Een punt dat wordt gewonnen of verloren terwijl een speler naar het net is gekomen.

NETSERVICE
Een opslag waarbij de bal het net raakt maar wel binnen het SERVICEVAK valt; het punt wordt dan opnieuw gespeeld.

NETTREKBAND
Band in het midden van het net die het net op de juiste hoogte houdt.

NEXT GEN ATP FINALS
Toernooi voor de beste mannelijke spelers onder de 21 jaar.

O – OPSLAG

OPSLAG (SERVICE)
De actie waarmee de bal in het spel wordt gebracht aan het begin van een punt.

P – Passing Shot & Protected Ranking

PASSING SHOT (PASSEERSLAG)
Een slag langs een tegenstander aan het net, buiten diens bereik.

PROTECTED RANKING (PR)
Een tijdelijke ranglijstrang gebaseerd op de ranking voor een langdurige blessure, om toegang tot toernooien te behouden.

Q – QUALIFIER

QUALIFIER
Een speler die zich via het KWALIFICATIETOERNOOI plaatst voor het hoofdtoernooi.

R – Racket & Return

RACKET
Het sportinstrument waarmee de bal wordt geslagen.

RALLY
Een reeks slagen over en weer vanaf de opslag tot het punt is gespeeld.

REGULIERBAND
De band die het net in het midden op de juiste hoogte houdt.

RETURN
De eerste bal die wordt teruggeslagen na een opslag.

S – Serveren tot Supertiebreak

SERVEREN
De bal in het spel brengen met een OPSLAG.

SERVICEBREAK
Een GAME winnen terwijl de tegenstander aan het serveren is.

SERVICELIJN
De lijn die de achterzijde van het SERVICEVAK markeert.

SERVICEVAK
Het vak waar de bal bij de opslag in moet landen.

SET
Een deel van een wedstrijd, doorgaans bestaande uit zes gewonnen GAMES met twee GAMES verschil.

SETPUNT
Een punt waarmee een speler de SET kan winnen.

SLICE
Een slag met tegendraads effect, waardoor de bal laag blijft na de stuit. De slag kan met de FOREHAND of BACKHAND worden geslagen.

SMASH
Een harde, bovenhandse slag, vaak als reactie op een hoge bal.

SPECIAL EXEMPT (SE)
Een speler die door deelname aan een eerder toernooi verhinderd was om KWALIFICATIE te spelen, krijgt rechtstreeks toegang tot het hoofdtoernooi.

STROKE
Een algemene term voor het slaan van de bal.

SUPERTIEBREAK
Een TIEBREAK tot 10 punten met minimaal twee punten verschil, vaak als beslissende set.

T – Tennisbal tot Tweener

TENNISBAL
De officiële bal die wordt gebruikt in tenniswedstrijden.

TENNIS HALL OF FAME
Internationaal tennismuseum in NEWPORT dat ook spelers eert voor hun bijdragen aan de sport.

TENNISHANDSCHOEN
Handschoen die spelers soms dragen in koude omstandigheden.

TENNISRACKET
Het sportinstrument waarmee de bal wordt geslagen.

TIEBREAK
Een beslissend spel bij 6-6 in een SET, tot 7 punten met minimaal twee punten verschil.

TOPSPIN
Een slag waarbij de bal met voorwaartse rotatie wordt geslagen, waardoor hij na de stuit sneller doorschiet.

TRAMRAILS
De stroken aan de buitenzijde van het ENKELSPELVELD die bij DUBBELspel gebruikt worden. Zie ALLEY.

TWEENER
Een slag waarbij de speler met de rug naar het net de bal tussen de benen door slaat.

U – Umpire & Unforced Error

UMPIRE
De hoofdarbiter van een wedstrijd, zit op een hoge stoel naast het net.

UNFORCED ERROR
Een fout die niet wordt afgedwongen door de tegenstander, maar door de speler zelf wordt veroorzaakt.

V – Volley

VOLLEY
Een slag waarbij de bal wordt geraakt voordat hij de grond raakt.

W – Walk-over tot WTA

WALK-OVER
Het doorgaan naar de volgende ronde omdat de tegenstander zich terugtrekt voor aanvang van de wedstrijd.

WILDCARD
Een uitnodiging om deel te nemen aan een toernooi zonder te hoeven KWALIFICEREN of aan toelatingseisen te voldoen.

WINNENDE OPSLAG
Een OPSLAG die de tegenstander wel raakt maar niet succesvol retourneert.

WINNER
Een slag waarmee direct een punt wordt gescoord, bijvoorbeeld een ACE of PASSEERSLAG.

WTA
Afkorting van WOMEN’S TENNIS ASSOCIATION, de wereldwijde organisatie voor professioneel vrouwentennis.

Z – ZOOO

ZOOO
Een veelgehoorde uitspraak wanneer jij een wereldbal slaat en soms misschien je tegenstander.

Auteur: Redactie GSTB

Op zoek naar een leuke tennis sweater die geïnspireerd is op de leukste tennis teamkleding, kijk dan eens op https://grandslam-tennis.nl

tennis scores
Flashscore tennis uitslagen  Livesport tennis uitslagen

Grandslamtennisblog.com – Alle tennistermen op een rij

Grandslamtennisblog.com is een Nederlands tennis blog. Op dit blog vindt je het laatste nieuws over de meestgebruikte tennistermen + verhalen, video- en fashion blogs over de mooiste sport die er is: tennis. Als je tips, suggesties of vragen hebt over de meestgebruikte tennistermen… stuur een mailtje naar info(at)grandslamtennisblog.com.

Druk op de ESC toets om dit venster te sluiten